Column


7 juni 2019

”De relatie tussen het Armoedebeleid en de excuses van premier Rutte over aanpak gaswinningsproblematiek in Groningen”

Premier Mark Rutte heeft namens de regering dinsdag jl. excuses aangeboden aan de inwoners van Groningen voor de aanpak van de aardbevingen door de gaswinning.
Het is de eerste keer, dat Rutte deelnam aan een debat, dat specifiek over de gaswinning ging. Ook heeft de premier nog niet eerder zo publiekelijk zijn excuses aangeboden voor de situatie in Groningen.
Vurig hoop je dan, dat hij ook eens excuses zal maken met betrekking tot de aanpak van armoede in ons land. Want die sleept zich al jaren voort, ook door niet samenhangend beleid.  En het einde is nog niet in zicht, ondanks economisch herstel.
Als ik kijk naar zijn jarenlange opvattingen, ook toen hij nog Staatssecretaris van Sociale Zaken was in het tweede kabinet Balkenende (2002-2004), over bijvoorbeeld de positie van bijstandsgerechtigden en de door hem gewenste mate van sociale zekerheid, dan is dat de hoogste tijd.

Rutte, armoedebeleid en zijn vaasje

Als Staatssecretaris wilde hij al het jaarlijkse, beetje, vakantiegeld van bijstandsgerechtigden afpakken. Vakantiegeld, dat velen een beetje lucht geeft, zoals dat groepen werkenden ook lucht geeft, om wat financiële achterstanden weer in te lopen. Later, in 2006, toen hij kandidaat lijsttrekker was voor de VVD, wilde hij zelfs de bijstandsuitkering als laatste vangnet helemaal afschaffen. “We sleuren iedereen de arbeidsmarkt op, was zijn “visie”. In werkelijkheid had hij lak aan het handhaven van een zogenaamd sociaal minimum inkomen. Slechts twee jaar later zaten we wereldwijd in een ongekende economische crisis.
In je stoutste dromen hoop je, dat het moment nabij is, dat hij nog eens tijdens een armoededebat in de Tweede Kamer toe gaat geven, dat de situatie met betrekking tot armoede en vooral ook de schrijnende kinderarmoede “vanaf het begin volstrekt onderschat is”.
En dat hij van mening is, dat er te langzaam gehandeld is, toen eenmaal erkend was, dat armoede in het algemeen voor de betrokkenen en de samenleving, voor grote problemen zorgt.
Die excuses zouden overigens ook uitstekend passen, bekeken vanuit zijn eigen “vaasjes-metafoor” uit 2018; “Nederland is een fantastisch land, maar het is ook broos”. En inderdaad; die fantastische samenleving is broos, maar dan vooral vanwege de armoede en bijkomende excessen, die achter vele voordeuren schuil gaat.
We hoeven maar te kijken naar de vele rapporten, die zijn geschreven door een rapportenfabriek zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau, of door het Centraal Bureau voor de Statistiek, de Sociaal Economische Raad (Opgroeien zonder Armoede 2017), de verantwoordelijk Ministeries, de initiatieven van het Vereniging Nederlandse Gemeenten (project Schouders Eronder 2018, over beleid armoede en schuldhulpverlening), de Raad van Kerken (brochure werkende armen recentelijk aan VVD Staatssecretaris Van Ark aangeboden juni 2019), de vele kennisinstituten voor maatschappelijke vraagstukken en politieke partijen, over de situatie van armoede in Nederland en welke effectievere aanpak dringend nodig is.

De premier vervolgt in zijn vaasjes-brief: “Ik ben ontzettend trots op al die mensen, die er op hun eigen manier iets van maken en met elkaar. Die omkijken naar de ander. Een arm om iemand heen slaan”.
Las ik dat goed? Zei deze premier dat? Een arm om iemand heen slaan?
Het sociaal minimum is het minimale bedrag, dat nodig is om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. De overheid heeft hiervoor een normbedrag opgesteld, dat ze ieder half jaar aanpast. Momenteel is het sociale minimum € 1615,- bruto voor gehuwden en € 1195,- bruto per maand voor alleenstaanden. Armoede is meer dan een gebrek aan inkomen, maar zonder een leefbaar inkomen, kan armoede niet worden teruggedrongen. Een groot deel van de huidige armoede is ontstaan, omdat door overheidsmaatregelen in het verleden het sociaal minimum te laag is geworden. Door het sociale minimum jarenlang te bevriezen is het onvoldoende koopkrachtig geworden, om de wel doorgaande kostenontwikkeling te kunnen bijbenen.

Het zelfs onder druk willen zetten, zoals continu door de VVD, van de rechten op een bijstandsuitkering, is met name pijnlijk voor degenen, die vanwege fysieke en/of psychische redenen niet kunnen werken, danwel domweg geconfronteerd worden door leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt en daardoor onvoldoende of niet vooruit kunnen komen.
Wat zou het dapper zijn, als Rutte de situatie van armoede in Nederland, net zoals de gaswinningsproblematiek in Groningen, karakteriseert, als een situatie van een “crisis in slow motion”.
In een Pauw-uitzending in december 2018 stelde Rutte dat hij wilde werken aan de armoedeval; dat is de situatie als iemand met een uitkering door te gaan werken 1 euro meer gaat verdienen, hij/zij direct alle toeslagen kwijt is en dus netto onder het sociale minimum komt. Werken moet lonen. Het wachten is echter nog steeds op concrete en afdoende vervolgstappen van het derde kabinet Rutte.
Tot slot stelde Rutte in het “gasdebat”, dat er bij de afhandeling van de schadeclaims te veel nadruk is komen te liggen op juridische zekerheid, wat ten koste ging van de snelheid.

Je alleen maar laten leiden door juridische zekerheid

Als je het landelijke en gemeentelijke armoedebeleid over deze laatste woorden van Rutte heen legt, raakt dat precies, waar het in het armoedebeleid en schuldhulpverlening, zoals het nu ervaren wordt, mis gaat. De nadruk ligt op de juridische zekerheid; het zielloos ambtelijk toetsen en uitvoeren van regeltjes en mensen in financiële problemen hierdoor extra belasten met stress.  Ook de financiële component lijkt van groot belang vanwege de bezuinigingspolitiek van gemeenten. Voeg daaraan toe het “armoede, je eigen schuld” verwijt  dat nog steeds rondwaart in politieke en ambtelijke kringen, die het armoedebeleid uitvoeren. Vergeten lijkt dan het humaner durven toepassen van de geest van een wet in individuele gevallen. We hebben nog steeds te maken met een starre protocolredenering vanuit het openbaar bestuur, tijdens hulpvragen van individuen, die in armoede en schulden verkeren. Veel stress, frustratie en een afnemend vertrouwen in de overheid wordt veroorzaakt bij deze groep burgers.

Op dit punt zijn we letterlijk en figuurlijk op een sociaal minimum aangeland. Dit moet anders, in het belang van goed samen kunnen en willen leven met elkaar, maar ook om het contact met en vanuit het verantwoordelijk openbaar bestuur en instanties te verbeteren.

Gert-Jan Jacobs

 

 

 

3 reacties op Column

  1. Shadow zeggen:

    Het is toch van de gekke dat er voedselbanken nodig zijn om deze mensen te helpen.En dat is alleen voeding wat dacht je van gas,electra en eventueel internet om Überhaupt te kunnen solliciteren (laat staan een laptop, tevens nodig voor de studie van je kind) m v.g. een bezorgde burger.

    • Gert-Jan zeggen:

      Shadow, bedankt voor de reactie; het sociaal minimum waaraan een uitkering is gekoppeld moet beslist omhoog, om kosten die u aangeeft iets gemakkelijker op te vangen. Het zijn met name die kosten waarmee het NIBUD geen rekening houdt, om een aanvaardbaar sociaal minimum te bepalen. Dat geacht wordt door gemeenten dat je moet kunnen reseveren met een bijstandsuitkering, moet echt naar het rijk der fabelen verwezen worden. Lokale politici zullen hier een omslag in denken en keuzes moeten maken.

  2. S.Bohner zeggen:

    Ik ben 72 geworden en krijg €917,20 per maand van de AOW. Ik heb wel meer dan 20 jr in Nederland gewerkt en alle belastingen betaald wat betaald moest. Omdat ik niet sinds mij 15de hier woon, heb ik geen recht op een volledig AOW. Ik krijg wel een Amerikaans social security voor de jaren die ik daar heb gewerkt, namelijk €187.10 (vanaf Jan….daarvoor was het rond €180per maand….afhankelijk van de koers) . Recentelijk was mijn fornuis aan het ‘sterven’ en ik vroeg Capelle hulp om een nieuwe te kopen…..ik leverde al mijn gegevens binnen: hoe ik woon, mijn omkosten, bezit, en inkomst. Hoewel ik toch eind van iedere maand ben rond de 400€ negatief, was Capelle zeker dat ik toch in staat was maandelijks wat bij te kunnen leggen: gebaseerd op de feit dat toen mijn oude hond en kat ziek werden met hoge kosten bij de dierenarts, mocht ik van de dierenarts een maandelijks betaling maken zo van de rekening af te kunnen komen. Juist bewijs, zegt Cappelle, dat ik toch iets kan sparen voor zoiets als een fornuis. Begrepen ze niet dat NU ‘sparen’ voor een voornuis maanden, laat staan jaren, in combinatie met de afbetaling van de dierenarts, zou kunnen duren?…..
    Ik was emotioneel kapot….verloren. Nog een jaar met een onveiig fornuis: Ik zag alleen zwart voor me….En, was hun uiteindelijke bedoeling dat ik mijn huisgenoten weg moest doen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Bezoekers

    19197
    Total
    Visitors